De grabe is een steile helling op ons landje waar je amper kunt staan en waar heel vroeger, toen Veronika hier nog leefde, een boomgaard was. Toen wij hier kwamen was de acacia al aan het oprukken en moesten we 'war on robinia' starten, want het goedje rukte op als xenofoben in de Tweede Kamer. Niet alleen de acacia gedraagt zich opdringerig, ook heeft een onverlaat de Japanse duizendknoop in Slovenie geïmporteerd en zie er maar eens af te komen. Langezamerhand werd ons duidelijk dat de hele natuur een fanatieke zendingsdrang heeft om alles wat niet groen is met blad, stengel en stam te overtuigen van het eigen gelijk. Omdat we wel van orde houden maar niet van hard werken kwamen we al gauw op het idee om niet tégen de natuur te vechten maar met een verdeel en heers tactiek de verschillende bladgemeenschappen tegen elkaar uit te spelen. Alles wat je welgezind is geef je wat ruimte, de rest knijp je voortdurend af. Machiavellistisch tuinieren en in noodgevallen clausewitzen met de motorzaag. Het planten van wal- en hazelnoten door eekhoorns stimuleer je en de molshopen gebruik je als mooie losse grond voor slabedden. Zo bouw je langzaam een imperium op. De Engelsen waren er succesvol mee en deze VOC mentaliteit is de enige houding waarmee je het groene gevaar eronder houdt en je zelf nog wat tijd hebt voor de geneugten des levens. Dat is niet met een wit pak op de veranda vlierbessenbloesemlimonade drinken of met een legertje bedienden jouw zweet des aanschijns wegwerken, maar de hele dag ploeteren om karrevrachten sla te produceren die normaliter gratis krijgt uitgedeeld is ook niet verstandig. Dus werd het perma-cultuur. Boeren en toch tijd voor andere dingen. De grabe is over een paar jaar één grote wijngaard door die domme acacia's als gekortwiekte wijnstokken te exploiteren. Jurkadruiven zijn de enige parasieten die ze de baas zijn. De vlieren krijgen de ruimte omdat ze zoveel vitamine's leveren en elke notenboom mag blijven. De weide is voor de vlinders en jonge aanplant van pruimebomen. Die vermeerderen zich ook als goede gereformeerden en zorgen voor een wintervoorraad jenever en zoetigheid. Voor de buitenwacht maak je onder gunstige hoeken foto's van iets wat op de keper beschouwd een oorlog is tegen alles wat groeit en bloeit en het hele jaar door moet worden gesnoei